Hoensbroekse Historie

Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia

In Muziek, Personen, Typisch Hoensbroek, Verenigingen door Lieke Willems

Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia

13 december 2019

De eerste 50 jaar

Van het Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia blijken geen documenten te bestaan over de datum van oprichting. Annalen uit de begintijd van dit Hoensbroekse kerkkoor zijn er evenmin. Toch kan er iets verteld worden over het ontstaan en het bestaan van dit koor, dankzij de vondst van twaalf getypte vellen papier die zich decennia lang verborgen wisten te houden in een particulier familiearchief: een kroniek uit 1942.

 
Hoensbroekse Historie

Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia tijdens een reisje door België in juli 1925.
Uiterst rechts: Sef Willems. Links op de voorgrond liggend: Mathieu Verboeket. 

Gouden jubileum

In 1942 bestaat het Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia 50 jaar en ondanks de omstandigheden – het is oorlogstijd – wil men dit niet onopgemerkt voorbij laten gaan. Op zondag 13 december gaan alle koorleden ‘s morgens om 10 uur naar de plechtige Hoogmis. Daarna wordt tot half een ‘s middags in hotel-café-restaurant In ghen Haen aan de markt een receptie gehouden die geopend wordt door burgemeester Martin vergezeld van gemeentesecretaris Kaufmann. Deze receptie wordt zeer druk bezocht. Behalve de Hoensbroekse notabelen, de geestelijkheid en het kerkbestuur komen ook de kerkkoren van Amstenrade, Mariarade en de St.-Josephparochie om te feliciteren. Daarnaast krijgt het jubilerende koor ook talrijke schriftelijke gelukwensen.

‘s Avonds vindt in dezelfde gelegenheid een feestavond plaats voor de leden en genodigden, waarvoor de zaal uitbundig is versierd met bloemen en vlaggen. Pastoor Lenders opent de avond en huldigt twee gouden jubilarissen: Frans Hermans, die al meer dan 35 jaar het koor leidt, en Josef Custers uit de Nieuwstraat (een zoon van Willem Custers, de oudste bakker van Hoensbroek).
Vervolgens is het de beurt aan Sef Willems, de secretaris van het kerkkoor. Hij heeft op verzoek van de toenmalige voorzitter Mathieu Verboeket een kroniek van twaalf pagina’s geschreven ter gelegenheid van dit gouden jubileum. Als een soort ceremoniemeester praat hij een groot gedeelte van de avond aan elkaar, waarbij tussendoor enkele optredens worden verzorgd. Het publiek volgt de kroniek en de humoristische optredens met grote aandacht en belangstelling. Dan volgt er een pauze met een echte Limburgse koffietafel.
De rest van de avond wordt er natuurlijk veel gezongen en voeren enkele koorleden nog een aantal komieke cabaretstukjes op. Er wordt gefeest tot sluitingstijd.

Hoensbroekse Historie

Ter gelegenheid van het gouden jubileum maakte de secretaris van het koor, Sef Willems, een boekje waarin alle leden staan genoteerd en handtekeningen van bezoekers van de receptie. (Rijckheyt)

Kroniek

Sef Willems vertelt zijn kroniek deels in het Nederlands en deels in Hoensbroeks dialect. Zijn verhaal begint met een beschrijving van Hoensbroek, net voor de vorige eeuwwisseling als het kerkkoor wordt opgericht.
In het kleine en landelijke dorp werd enkel dialect gesproken, op misschien een gemeenteambtenaar of politieman na. Hoensbroek was een dorp als alle Limburgse dorpen met hun lief en leed en waarschijnlijk wel meer leed dan lief. Toch was Hoensbroek anders en wel door de verscheidenheid aan karakters, karakters die men nergens anders aantrof zoals schapeveègesch en kattestärt en neet te vergeète de vrègelèësch.
In andere dorpen werden Hoensbroekenaren belhamels genoemd en dat had een goede reden want dat waren ze soms ook wel.

Zoals Sef het omschrijft had Hoensbroek in die tijd, net als overal, zijn goede en slechte dingen of, zoals de Hollanders het zouden uitdrukken: De uitersten raken elkaar. Er woonden echter ook mensen die met beide benen op de grond stonden, geen hoogvliegers en ook geen zwakkelingen, maar mensen met verstand die wisten hoe ze iets moesten aanpakken. Zij staken de koppen bij elkaar en richtten in december 1892 zonder veel gedoe een kerkkoortje op. Ze zeiden simpelweg: Vier begienne.
En ze begonnen.

Pastoor Th.A. Pennings was de voorzitter en ‘de oude koster’ Jean Hermans was de directeur en organist. Het koortje bestond uit acht zangers:
Josef Custers (landbouwer en later slager in de Nieuwstraat)
Neerdes Custers (bakker in de Nieuwstraat, broer van Josef)
Willem Willems (de vader van Sef)
Joep Jurgens (schoenmaker)
Pierre Beukers (kleermaker en manufacturenhandelaar in de Hoofdstraat)
A. Vincken
L. Cordewener
W. Collaris

Sjap(p)evaeger: Schappenvegers was vroeger een scheldnaam voor arme Hoensbroekenaren die als seizoenarbeiders in de zomermaanden met het hele gezin in Duitsland gingen werken, veelal als brikkebekkesj (steenbakkers) in de steenbakkerijen. Als ze vertrokken namen ze hun bezit mee en lieten niets achter op de planken of schappen: sjap(p)e.
Kattestärt: Kattenstaart, een haast onuitroeibaar onkruid dat vroeger veel voorkwam in de drassige bermen van Hoensbroek.
Vrègelèësch: Ruziemakers.

Het is niet bekend op welke dag precies in december 1892 het koor is opgericht.

Sef stopt even met vertellen en kondigt een intermezzo aan dat bestaat uit een stukje toneel met zang, uitgevoerd door het kerkkoor: een repetitie zoals die zou zijn geweest in 1892.

Dan vervolgt hij zijn kroniek.
In 1906 werd d’r Frens van de köster dirigent en directeur van het kerkkoor. Aanvankelijk werd hij nog bijgestaan door zijn vader Jean en door zijn oudere broer Bernard Hermans die schoolmeester was. Frans Hermans was net als zijn vader organist en koster. Naderhand heeft hij een kruidenierswinkel gehad in de Hoofdstraat.
Het ledental groeide langzaam maar zeker en dankzij de inspanningen van Frans Hermans nam de zangkunst toe, zodat de heren twee- en zelfs driestemmige missen gingen zingen. Ook de Gregoriaanse liederen werden niet vergeten, iets waar Frans altijd een voorvechter van was geweest. Daarnaast liet Hermans de zangers tijdens de repetities ook wereldse liederen oefenen, want daar kregen de mannen goede zin van. En daar ging het immers om.

Hoensbroekse Historie

Een gezangboek met Gregoriaanse liederen. 

Hoensbroekse Historie

Gregoriaanse zang voor in de kerk ... 

Hoensbroekse Historie
Hoensbroekse Historie
Hoensbroekse Historie

... en wereldse liederen voor een goed humeur.

Hoensbroekse Historie

Er volgt opnieuw een muzikaal intermezzo door de zangers van het kerkkoor, waarna Sef zijn verhaal weer hervat.

Hij vertelt dat hij nog goed weet dat hij als kleine jongen op de Hekberg speelde. Van daaruit kon hij toen helemaal naar Treebeek kijken waar hij een rare toren zag staan. De mensen noemden dat een boortoren. Er zou een steenkoolmijn komen en vanaf daar een spoorweg naar Nuth.
Het duurde niet lang of er kwamen heel veel polderjongens – zoals de Hollanders werden genoemd – naar Hoensbroek en de spoorbaan naar Nuth was in een mum van tijd gereed. Daarna volgde ook de mijn met alles wat daarbij hoorde. Er werden kolonieën gebouwd op de Butting en bij het kasteel.
Vreemde mensen kwamen hier wonen en het Hollands was niet van de lucht. Ook veel Duitsers en andere buitenlanders kwamen in Hoensbroek wonen en men sprak allerlei talen door elkaar. De Hoensbroekenaren pasten zich zo goed als het ging aan maar men hoorde van alles en nog wat, zoals bijvoorbeeld:
Ga je mee heeves? Ga je mee naar huis?
of, zoals een Hoensbroeks meisje zei toen ze aan een Duits meisje een bezem vroeg:
Ich wollte graad kirren. Ik wilde net gaan vegen (Kirren is afgeleid van het Duitse 'kehren' dat vegen/bezemen betekent).

 
Hoensbroekse Historie

De oude koster Jean Hermans (1849-1926).

Hoensbroekse Historie

Frans Hermans (1881-1957), zoon van Jean.

Hoensbroekse Historie

Sjang Hermans (1913-1975), zoon van Frans.

Tot aan de komst van de buitenlandse en Hollandse mijnwerkers bestond het dorp enkel uit Hoensbroekenaren en zo ook het kerkkoortje. En nu wilden ook Hollanders graag lid worden, maar zij werden door de conservatieve Hoensbroekse zangers met argwaan bekeken. Die hadden namelijk niet veel op met die Beheitskriëmesch (opscheppers, blaaskaken), zoals ze hen meenden te moeten noemen, en op één na verlieten ze allemaal met de stille trom het koortje. Maar gelukkig liet d’r Frens van de köster zich daar niet door uit het veld slaan. Als hij iemand tegenkwam die een goede stem en een goed gehoor had, dan wist hij die persoon wel te strikken voor zijn koor. En op die manier is ook Sef Willems in 1917 lid geworden van het kerkkoor St. Caecilia.

Na afloop van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) werd het Hollandse leger gedemobiliseerd en keerden de jongens weer naar huis terug, ook de jongens die vroeger al lid van het kerkkoor waren geweest. Daardoor werd het Hollands element sterker en sterker en tijdens de repetities hoorde men steeds meer Hollands spreken in plaats van Hoensbroeks dialect. Desondanks ging de samenwerking tussen de koorleden wonderbaarlijk goed en er ontstond een hele goede sfeer binnen de vereniging. Al gauw werd Mathieu Verboeket gekozen tot voorzitter. Hij wist steeds weer de eenheid in de vereniging te bewaren. En ja, natuurlijk hebben ook verschillende zangers het koor verlaten, maar dat waren dan ook echte vrègelèësch, ook al waren het geen Hoensbroekenaren!

Vanaf die tijd ging het alleen nog maar bergopwaarts met St. Caecilia. Een flink aantal zangers nam deel aan een cursus Gregoriaanse zang, zodat niet maar enkelen – altijd dezelfde personen – maar voortaan bijna alle zangers Gregoriaans konden zingen. Daarnaast werd het repertoire behoorlijk uitgebreid tot wel zestien verschillende meerstemmige missen. Al met al een hele prestatie van directeur Hermans.

Toen Frans’ zoon Sjang Hermans directeur van het kerkelijk zangkoor werd, voerde een vriendschappelijke geest de boventoon. In het koor waren meerdere zeer goede krachten verenigd en op muzikaal gebied bleef er niets te wensen over. Onder leiding van Sjang werd een nieuwe, moeilijke mis ingestudeerd die werd uitgevoerd bij de KRO (Katholieke Radio Omroep). Deze uitvoering was zo subliem geweest, dat het koor niet alleen veel felicitaties uit de omgeving mocht ontvangen maar ook uit de rest van het land en zelfs uit het buitenland. Kort hierna overleden enkele koorleden en ging de kwaliteit van de zang merkbaar achteruit. Maar dankzij de aanmeldingen van nieuwe leden bleef het ledental gelukkig op peil.

 

Het kerkelijk zangkoor verenigde het nuttige steeds met het aangename. Aanvankelijk werden er St. Caecilia-feesten georganiseerd, maar later werden deze vervangen door uitstapjes naar België, Luxemburg en Duitsland. Het reisje naar Amsterdam en zelfs op de Noord-Zee heeft een onuitwisbare indruk gemaakt op veel zangers, want zij zagen zichzelf toch wel als echte landrotten.

 
Hoensbroekse Historie Hoensbroekse Historie

Het kerkelijk zangkoor in België, juli 1925.

Hoensbroekse Historie Hoensbroekse Historie Hoensbroekse Historie

31 juli 1939: een reisje naar Amsterdam “en zelfs op de Noord-Zee”.

Sef kondigt het einde van zijn kroniek aan en spreekt zijn waardering uit voor het geduld van de toehoorders. Hij voegt er nog aan toe dat dit een kroniek in den meest beknopte vorm is geworden, wat hij jammer vindt. Want, zo voegt hij er nog aan toe, als het aan hem had gelegen dan had hij nog heel veel meer willen vertellen. [Ik zou haast willen zeggen: Had dat maar gedaan!] Hij sluit zijn voordracht af met de wens dat het koor de komende vijftig jaar vooral mag doorgaan met het werk waartoe voor 50 jaren een klein aantal gebreuker pioniers den grondslag hebben gelegd.
Tot slot richt hij een dankwoord aan pastoor Lenders voor zijn steun en medewerking en looft hij de directeur en het bestuur. Alle koorleden krijgen van de voorzitter een foto aangeboden ter herinnering aan dit 50-jarige jubileum en het koor zingt ter afsluiting nog een Kerstmotette. Dit lied is bewust gekozen, niet alleen omdat binnenkort Kerstmis zal worden gevierd maar zeker ook vanwege de grote behoefte aan vrede. Het gouden jubileum van het kerkelijk zangkoor wordt tenslotte op 13 december 1942 gevierd, midden in de Tweede Wereldoorlog.

 
Hoensbroekse Historie

Deze foto, genomen voor de oude kapelanie door Atelier Cohnen, kregen alle koorleden aangeboden ter herinnering aan het gouden jubileum van het Kerkelijk Zangkoor St. Caecilia.

Van links naar rechts, zittend: Hassing, Lei Willems (broer van Sef), Boshouwers, kapelaan Hermans, Sef Willems, pastoor Lenders, Joseph Custers, Frans Hermans (koster), kapelaan B. Otten, Thieu Verboeket sr., kapelaan Henderikx, Boshouwers, Vaessen, Strijbos, Vogels.
Middelste rij: Turnsek, Van Uden, Vaessen, Wolters, Driessen, Hassing, E. Bremen, ..., Sjang Hermans, Tjeu Verboeket jr., Joep Linders, Eversen, De Bruin, Bremen, Crutz, Hermans, Valentijn, J. Spronk.
Bovenste rij: Corbeij, Antkowiak, Niesten, Littman, Sjang Bindels, Snijders, Hermes, ..., Hassing, Hassing, Pierre Knibbeler, Jac verboeket, Tjeuke Verboeket, Sommer, Cörvers, Sj. Eggen, Strijbos, Erens, Bindels.

Geschreven door

Lieke Willems

Ik ben gehecht aan mijn geboortegrond en altijd op zoek naar hoe het leven vroeger was. Voor mijn onderzoek maak ik dankbaar gebruik van originele archiefbronnen, geschiedkundige literatuur, de discipline genealogie en de hulpwetenschap paleografie.

Deel dit artikel

Rijckheyt Heerlen (RhH), Doop-, trouwenbegraafregisters van verschillende parochies.
RhH, Registers van de burgerlijke stand met huwelijksbijlagen van verschillende gemeenten.
RhH, 072 Gemeente Hoensbroek 1800-1940, Bevolkingsregisters 1830-1940.
RhH, 072 Gemeente Hoensbroek 1800-1940, Woningregister 1920-1940.
RhH, 240, RK parochie St. Joannes Evangelist te Hoensbroek 1540 - 1970, inv.nrs. 362, 365.
Particulier familiearchief.