Kattenstaart

In Typisch Hoensbroek, Opgehelderd door Lieke Willems

Kattenstaart

21 april 2020

Een schimpwoord

Hoensbroekenaren werden vroeger door bewoners uit de omliggende dorpen minachtend als Kattestert getypeerd. Het was een schimp- of scheldwoord. Maar wat bedoelden ze nu eigenlijk met Kattenstaart?

Kattenstaart is de algemeen gebruikelijke Nederlandse naam voor Lythrum, wat de Latijnse benaming is van een vochtminnende plant met prachtig roze gekleurde bloemen die bloeien in grote trossen. Kattenstaart wordt gemiddeld zo’n meter hoog. 
Eigenlijk valt het sterk te betwijfelen dat de naam van zo’n mooi gewas ooit als scheldwoord zou zijn gebruikt. Een heel andere verklaring lijkt dan ook een stuk aannemelijker.

Hoensbroekse Historie
Kattenstaart (Lythrum salicaria)
 

Zuid-Limburg

In Zuid-Limburg was Kattestaart de gangbare naam voor de aar van de Typha, beter bekend als lisdodde. Typha is afgeleid van het Griekse woord tiphos (=moeras of plas), maar kan ook afkomstig zijn van typhe (= kattenstaart) wat verwijst naar de vorm van de aar.
De grote lisdodde (Typha latifolia) kan wel een hoogte bereiken van 2,5 meter!

Lisdodde is een oeverplant die langs waterplassen en beken en in drassige grond groeit. In het van oudsher moerassige Hoensbroek komen we de oude benamingen De Biessen en Biezengats tegen, een veldnaam en een steegje, vernoemd naar de hoog opgroeiende oevergewassen (biezen, een soort riet) die in de omgeving voorkwamen. Tegenwoordig kennen we In de Biessen als naam van de sporthal die gelegen is naast het zwembad Otterveurdt. De ouderen onder ons herinneren zich vast nog wel de poelen tegenover dit zwembad en hoe bij die waterplassen de lisdodden rijkelijk groeiden. En in de omgeving van de Auvermoer groeien ze nog steeds.

 
Hoensbroekse Historie
Lisdodde krijgt na de bloei zaadpluizen. 

In de volksmond

Lisdodde heeft talrijke volksbenamingen die verschillen van streek tot streek. Zo wordt de plant elders in Nederland rietsigaar genoemd vanwege zijn sigaarvormige bruine aren, lampenpoetser omdat de zachte viltige vruchtkolven werden gebruikt om roetaanslag van lampenglazen te verwijderen of donzebout vanwege de staafvormige vrucht (bout) die na de bloei zaadpluis vormt.
In Friesland is de rietsigaar sinds mensenheugenis bekend onder de naam bollepiest, wat ‘stierenlul’ betekent. In Hoensbroek werden lisdodden naast Kattestert ook negerpiemele genoemd, een term die geen nadere toelichting nodig heeft.

Hoensbroekse Historie
Grote lisdodde (Typha latifolia)
Hoensbroekse Historie
Lisdodde met zaadpluizen

De Hoensbroekse volksaard

In 1929 schilderde dorpsnotaris Gabriël Beckers in een ingezonden brief aan de kranten waarom Hoensbroekenaren met ‘Kattestert’ werden vergeleken. Dat deed hij in het dialect, wat vrij vertaald als volgt luidde:
Hoensbroekenaren schieten hoog op, maar ze hebben dan ook een kasteel met torens die hoog boven de streek uitsteken en familieleden van “von und zu”. Ze zijn ook nogal nat uitgevallen, wat de schutterij kan bewijzen. Als het biervat leeg is, roepen alle schutters: “We hebben nog niks gehad!”
En ze laten zich niets door Heerlen vertellen. Al waait de wind uit de hei nog zo hard [Heèlesje Wink], de steel van Hoensbroek buigt maar breekt niet.

Met het scheldwoord Kattestert werd dus het volkskarakter van de inwoners van Hoensbroek uitgedrukt. Hoensbroekenaren bliezen net als de grote lisdodde hoog van de toren, hielden van vocht en lieten zich er niet onder krijgen.

Hoensbroekse Historie
'Kattestert' 
 
Geschreven door

Lieke Willems

Ik ben gehecht aan mijn geboortegrond en altijd op zoek naar hoe het leven vroeger was. Voor mijn onderzoek maak ik dankbaar gebruik van originele archiefbronnen, geschiedkundige literatuur, de discipline genealogie en de hulpwetenschap paleografie.

Deel dit artikel

Sef Willems, Kroniek, geschreven ter gelegenheid van het 50-jarig bestaansjubileum van het kerkelijk zangkoor St. Caecilia in 1942. Het origineel is in particulier bezit.
H.A. Beaujean, Geschiedenis van Hoensbroek en omgeving (Heerlen 1949).
H.Heukels, Woordenboek der Nederlandsche volksnamen van planten (1907).
Kleijn, Planten en hun naam. Een botanisch lexicon voor de Lage Landen (Amsterdam 1970).
Limburger Koerier, 14-8-1929.
Limburgs Dagblad, 19-8-1929.
https://www.plantaardigheden.nl/
http://e-wld.nl/