Hoensbroekse Historie

Egidius Slanghen (1820-1882) – deel 10

In Opgehelderd, Personen, Typisch Hoensbroekby Lieke Willems

Egidius Slanghen (1820-1882) – deel 10

9 april 2019

Het einde van de Beurzenstichting. Of toch niet?

In 1982 verliest Hoensbroek haar zelfstandigheid en wordt een deel van de gemeente Heerlen. Vanaf dan behoort ook het beheer van de studiebeurs van Egidius Slanghen tot de taken van deze gemeente. In juli 1983 wordt er nog in de krant geadverteerd voor gegadigden voor deze beurs, maar ergens halverwege de jaren ‘90 is deze afgeschaft. Tenminste, dat was de conclusie van het onderzoek naar deze zaak in 2016.
Gemeentebegrotingen gaven destijds geen uitsluitsel, omdat de inkomsten en uitgaven van de beurzenstichting niet terug te vinden waren bij de gemeentelijke beleidsterreinen als onderwijs, cultuur of subsidies. Verder hebben Hoensbroekse Historie en de toenmalige stadsarchivaris van Heerlen nog hun uiterste best gedaan om te achterhalen hoe ze de beheerders van de beurzenstichting konden bereiken. Maar noch in gemeentegidsen, oude telefoonboeken en gouden gidsen, noch op internet of waar dan ook was iets te vinden over deze studiebeurs, zelfs geen contactgegevens.

Wel was er in de jaren ‘90 sprake van absurde en onzinnige bezuinigingen door de landelijke politiek, het eerste ‘paarse kabinet’ van Wim Kok (1994-1998). De kranten stonden er toen vol mee. Vooral op gebied van volksgezondheid, defensie en onderwijs werd veel en onredelijk bezuinigd, eigenlijk precies zoals tegenwoordig ook weer gebeurt. Het toenmalige beleid van de regering dwong Heerlen tot bezuinigen die opliepen tot wel tien miljoen gulden per jaar. Het leek er dan ook sterk op dat de gemeente de Beurzenstichting Egidius Slanghen, iets minder dan een eeuw na de allereerste uitbetaling, noodgedwongen heeft moeten ‘wegbezuinigen’. En daarmee eindigt het verhaal in het tijdschrift  Hoensbroekse Historie deel 14.

Hoensbroekse Historie Hoensbroekse Historie Hoensbroekse Historie

Maar dan verschijnt er naar aanleiding van deze uitgave op 1 augustus 2016 een bericht in De Limburger met als titel ‘Einde nadert voor de stichting Studiefonds’. Het artikel begint als volgt:
‘Met nog 4000 euro in kas en geen nieuwe aanmeldingen voor een bijdrage in de studiekosten, overweegt het studiefonds Egidius Slangen (ja, zonder h) zichzelf dit jaar op te heffen.’
Uit dit interview met de toenmalige beheerder namens de familie en de penningmeester blijkt dat de laatste studiebeurs, een bedrag van 180 euro op jaarbasis, is uitgekeerd in 2010. Sindsdien zou niemand zich meer hebben gemeld.
De Beurzenstichting heeft al jaren geen burgemeester en pastoor meer in het bestuur, wat wel een van de voorwaarden was die Slanghen had gesteld. In 2015 vertrok burgemeester Depla naar Breda en pastoor-deken Nevelstein naar Kerkrade. Vanaf toen hebben de beheerders aan het bestaan van de studiebeurs geen ruchtbaarheid meer gegeven. Of zoals het krantenartikel het verwoordt: ‘De stichting leidt een slapend bestaan.’
Verderop vertelt de penningmeester dat hij heeft voorgesteld de stichting op te heffen en het geld ‘in de zin van de stichter’ te schenken aan een doel en wel aan Rolduc in Kerkrade. De beheerder namens de familie voelt ook wel wat voor een opheffing, hoewel hij denkt dat een aantal familieleden dat niet zal waarderen­ – zo’n veertig familieleden weten van het bestaan van het studiefonds. In tegenstelling tot de penningmeester zou hij van het geld liever een boek over Egidius Slanghen laten maken.

Hoensbroekse Historie Hoensbroekse Historie Hoensbroekse Historie

Fragmenten uit een afschrift van het testament van Slanghen. (Rijckheyt)
In het archief bevinden zich minimaal drie afschriften: twee geschreven exemplaren en een getypte versie.

Iedereen die ook maar een beetje kennis heeft van genealogie weet dat Egidius Slanghen onderhand wel meer dan veertig bloedverwanten heeft, onder wie ondergetekende. Ook buiten de directe familiekring van de beheerder zal er belangstelling bestaan voor deze studiebeurs. Daarbij is een jaarlijkse toelage van 180 euro een lachertje als we bedenken dat Egidius in 1882 een bedrag van 200 gulden heeft vastgesteld. Dat komt tegenwoordig neer op meer dan 2000 euro.

In het testament van Egidius staat het volgende:
‘Ik wil dat uit mijne nalatenschap zal genomen worden eene som van zes duizend gulden tot stichting van een of meerdere studiebeurzen op Collegiën, gymnasiums, seminariën of hoogescholen binnen of buiten lands, voor jongelieden, naaste mijner bloedverwanten en bij ontstentenis [het ontbreken] van dezen voor jongelieden inboorlingen van Hoensbroek tot het aanleeren der oude talen, ten einde zich tot eenige geestelijke of wereldlijke betrekking te bekwamen.’

Egidius Slanghen wilde dus de jeugd (jongens én meisjes) uit zijn familie of, als die er niet waren, jonge Hoensbroekenaren een kans geven op een beter bestaan door hun studievakken Grieks en Latijn financieel te ondersteunen, om zich dan te kunnen bekwamen in een kerkelijk óf een niet-kerkelijk beroep. Die geldelijke bijdrage was dus niet alleen bedoeld voor leerlingen van priesterscholen. Ook studenten van binnen- of buitenlandse scholengemeenschappen, hogescholen en gymnasia konden een toelage krijgen.

Gerhard Krekelberg (1864-1937) schreef over een aantekening die gesigneerd was met ’E.S.’ (Egidius Slanghen). Waarschijnlijk was de notitie bedoeld als voorwaarde voor de stichting van de beurs of als bepaling in zijn eerste testament dat hij later heeft herroepen. In elk geval noteerde Slanghen het volgende:
‘Aangezien na zulke stichtingen vaak misbruik wordt gemaakt van de gelden daarvoor gedeponeerd of toegezegd en beschreven en waarvan dikwijls voorbeelden zijn voorgekomen; aangezien dat de letter dier stichting vaak niet wordt nagekomen, en als er geen vakliefhebbers voor die studie [taalstudie] opdagen, ook geen andere studie wordt toegezegd en bekostigd [wat wil zeggen dat in plaats van een talenstudie dan ook een andere studie gevolgd mag worden], kunnen leden der familie of door hen gemachtigden, inzage en informatie gaan nemen ten kantore van den beschrijvenden notaris, hoe of ‘t met de stichting gesteld is, en zich bewijzen laten geven wat daarvoor al uitgegeven is, en nog kan uitgegeven worden. Het is gebeurd, dat na jaren zich niemand der familie aanmeldde, en de gelden tenslotte op onbekende wijze waren verdwenen. En dat is geenszins de bedoeling der stichting.’

De stichting opheffen en het restkapitaal gebruiken om een boek te laten maken of het ‘in de zin van de stichter’ aan een opleiding voor geestelijken te schenken getuigt dan ook van een dwaling. Dit was allesbehalve de intentie van Slanghen. Hij stelde een deel van zijn nalatenschap ter beschikking om de jeugd een beter toekomstperspectief te bieden.

Maar de Beurzenstichting blijft tot op de dag van vandaag onzichtbaar en onvindbaar, net als de notaris die inzage in de papieren en informatie zou moeten geven. Of zou de organisatie ondertussen al stilzwijgend zijn opgeheven?

Wordt vervolgd? …

Lees ook: Die Liebe, Ach! die Liebe Hat ihn so weit gebracht!

 
Geschreven door

Lieke Willems

Ik ben gehecht aan mijn geboortegrond en altijd op zoek naar hoe het leven vroeger was. Voor mijn onderzoek maak ik dankbaar gebruik van originele archiefbronnen, geschiedkundige literatuur en hulpwetenschappen zoals genealogie en paleografie.

Deel dit artikel

Registers van de Burgerlijke Stand met huwelijksbijlagen van verschillende gemeenten.
Rijckheyt Heerlen (RhH), nog niet geïnventariseerde stukken betreffende R.K. parochie H. Johannes Evangelist Hoensbroek.
RhH, nog niet geïnventariseerde stukken betreffende Beurzenstichting Egidius Slanghen.
RhH, 061 Gemeente Hoensbroek 1848-1981, inv.nr. 4450-4459.

P.A.H.M. Peeters, Hoensbroek. Bijdrage tot heemkennis (1959).
M. van de Venne, J.Th.H. de Win, P.A.H.M. Peeters, Geschiedenis van Hoensbroek (Hoensbroek 1967).
Limburgs Dagblad, verschillende jaargangen.