Hoensbroekse Historie

Egidius Slanghen (1820-1882) – deel 2

In Personen, Typisch Hoensbroek by Lieke Willems

Burgemeester van Hoensbroek (1855-1882)

Op 11 maart 1855 wordt Egidius Slangen benoemd tot burgemeester van Hoensbroek. Hij is de opvolger van burgemeester J.A. Mannens. Slangens beëdiging vindt plaats op 3 april. Een week later volgt zijn benoeming tot ambtenaar van de Burgerlijke Stand. Vanaf nu tekent hij met Egidius of E. Slanghen.

 
Hoensbroekse Historie

De allereerste inschrijving in de Burgerlijke Stand gedaan door Egidius Slanghen in zijn fuctie van ambtenaar van de Burgerlijke Stand: de huwelijksaangifte van Jan Willem Jongen en Maria Gertrudis Dortu op zondag 15 april 1855 om elf uur ‘s morgens.

Hoensbroekse Historie

'Permissie om te begraven 't kind Haertmans. E Slanghen'
Dit afgescheurde papiertje is gevonden in het kerkelijke overlijdensregister van de parochie Hoensbroek. Egidius moet het geschreven hebben halverwege oktober 1872 of begin maart 1874. Tijdens zijn ambtsperiode overlijden namelijk twee kinderen van het echtpaar Haertmans-Custers: Jan Hubert (†1872, 4 jaar oud) en Leo (†1874, 3 dagen oud).

Integriteit

Hij zeer plichtsgetrouw en heeft integriteit hoog in het vaandel staan. Hoe serieus Slanghen zijn ambt als burgemeester neemt en wat hij wil nastreven, wordt duidelijk uit het door hem in december 1867 geschreven voorwoord voor zijn boekje De Fransche maire in Nederlandsch kleed gestoken.

VOORWOORD.

Rechtschapenheid, Liefdadigheid, Waakzaamheid.

Men gelooft over ‘t algemeen dat het voldoende is, om goed Burgemeester te zijn, dat men den moed daartoe hebbe; en dat men niet ongeschikter zij dan deze of gene Collega.
Iemand die zijn naam leesbaar teekent; het Provinciaalblad zonder behulp van den Secretaris verstaat; eene Raadsvergadering tamelijk voorzit; de lotelingen [jongens die in militaire dienst moesten] naar de hoofdplaats begeleidt, en de jaarwedde [honorarium, jaarsalaris] bijtijds ontvangt; – zoo iemand denkt reeds de vereischten te bezitten.
Dit is een dwaling; want, de Burgemeesters hebben naast het administratieve van hun ambt, tevens het moreele daarvan op zich te nemen en te betrachten.
Immers, het burgerlijk beheer, zelfs van de kleinste Gemeente, is eene aaneenschakeling van te vervullen plichten
– jegens zich zelven
– jegens de Regeering
– jegens de Gemeente
– jegens de ingezetenen
– jegens den Raad
– jegens de Godsdienstleeraren
– jegens de 
Onderwijzers
– jegens de armen.
In deze volgorde, liefst van het moreele standpunt beschouwd, wenschten wij alle Burgemeesters, in hunne eervolle betrekking, werkzaam te zien.
December, 1867

In het slotwoord komt de integriteit van Slanghen wel heel duidelijk naar voren:

SLOTWOORD.

Het zijn, in de rij der plichten en bedieningen, niet zoo zeer de hoogst bezoldigde [betaalde], dan wel de best vervulde, welke de algemeene achting uittarten [hier: vorderen]. – Wie op ver gevorderden leeftijd, zonder voorbeschikking, in eens Burgemeester wordt, en hij zal al licht van zich zelven getuigen, dat hij voor dit ambt berekend is. – Het zij daarom niet gezegd, dat een goed Burgemeester hooggeleerd moet wezen – of machtig rijk – of dat hij moet afstammen van vermaarde voorzaten. – Dit is niet vandoen; het is genoeg, dat hij lezen kan en cijferen – dat hij (ook zonder jaarwedde) het hoofd boven water kan houden – dat hij goed Nederlander is, en den vasten wil heeft om zich te oefenen en zijn ambt eerlijk te vervullen.
Immers, wat kan het doel, welk het streven van een Burgemeester zijn, indien het niet is de eerlijke vervulling van den eervolsten plicht?
Welke kan zijne belooning wezen, of uit eigen beweging zijn ambt, nederlegt, indien het niet is de vertroosting van aan zich zelven te kunnen zeggen:
Gode zij dank! Ik heb Vorst en Vaderland, Regeering en Gemeente trouw gediend.
Ik heb de bevelen der Overheid stiptelijk opgevolgd.
Ik heb ‘s Raads meerderheid in hare besluiten geëerbiedigd.
Ik heb nimmer gelet hoe velen achter het spel zaten.
Ik heb niet gehandeld uit haat of uit gunst, of uit winzucht ten nadeele van anderen.
Ik heb de rust en de goede orde in de Gemeente gehandhaafd.
Ik heb het voorbeeld gegeven van matigheid en van goede zeden.
Ik heb werken van openbare nuttigheid doen uitvoeren.
Ik heb onderwijs en landbouw, handel en nijverheid bevorderd.
Ik heb de hand gehouden aan alle goede zaken, aan wetenschappen en schoone kunsten.
Ik heb de armen niet minder lief gehad, dan de rijken.
Ik heb diegenen geholpen, die zich zelven niet konden helpen.
Ik heb ieder de eer gegeven die hem toekomt.
Ik weet, dat de bediening van Burgemeester eene ondankbare is – te ondankbaarder naarmate hij zijnen plicht beter kent en vervult. – Het is mogelijk, het is bijkans zeker, dat ik hier en daar mishaagd heb; ik geloof het, ja ik weet het. Maar, ik weet ook, dat een Burgemeester, die allen zou willen behagen niemand zou genoegdoen. – Dit is een troost voorzeker, en het is al veel, zoo ik de achting kan meedragen van enkelen; maar, al was dit niet, en had ik in gemoede geene andere voldoening, dan die eens goed volbrachten plichts, dan nog zou ik tevreden zijn; ik zou naar geene verdere belooning dingen – en ik zou ook om geen tweede getuigenis vragen.

Hoensbroekse Historie Hoensbroekse Historie Hoensbroekse Historie

Betrokkenheid

Burgemeester Slanghen voelt zich zeer nauw betrokken bij de gemeente Hoensbroek en haar inwoners. Een van zijn eerste daden is het verzorgen van een gemeentewapen. Dit ontwerpt hij zelf.
Het is een blauw schild met in goud de patroonheilige van Hoensbroek, de evangelist Johannes, die het wapenschild van de adellijke familie van Hoensbroeck voor zich houdt: een schild van zilver, met vier rode dwarsbalken, waaroverheen een zwarte leeuw staat met gouden kroon, tong en klauwen.
Op 17 augustus 1858 wordt dit wapen bij Koninklijk Besluit officieel aan de gemeente Hoensbroek verleend.

Hoensbroekse Historie

Het gemeentewapen van Hoensbroek (Rijckheyt)

In 1856 maken enkele Hoensbroekse muziekliefhebbers hun wens tot het oprichten van een muziekgezelschap kenbaar. Burgemeester Slanghen zet zich hiervoor in en korte tijd later, in november van datzelfde jaar, is de oprichting van een muziekkorps dat bestaat uit koperen blaasinstrumenten en slagwerk een feit: Fanfare St. Caecilia.
Het eerste bestuur van dit muziekgezelschap wordt gekozen uit de notabelen van de gemeente Hoensbroek, met de oprichter Egidius Slanghen als voorzitter, de latere dorpsnotaris Constant Cremers als directeur en diens broer Alex Cremers als secretaris-penningmeester. De vader van de broers Cremers, dorpsnotaris Leonard Joseph Cremers, wordt dirigent omdat hij simpelweg de enige in het hele dorp is die piano kan spelen.
In juni 1857 vindt de definitieve oprichting van de fanfare plaats in de ridderzaal van Kasteel Hoensbroek. Tijdens deze feestelijke gelegenheid biedt markies Frans Egon een door de familie Von Hoensbroech-Von Loë geschonken vaandel aan, dankzij de inspanningen van Slanghen.
In 1920 wordt de fanfare omgevormd tot een harmonie, een muziekgezelschap met zowel koperen als houten blaasinstrumenten en slagwerk. Tegenwoordig bestaat de vereniging uit een harmonieorkest, een jeugdorkest en een drumband.

De wegen in Hoensbroek zijn sinds de Franse Revolutie sterk verwaarloosd en op een winterdag of na een flinke regenbui komt men nauwelijks vooruit, noch te voet noch per rijtuig. Dit is trouwens in veel dorpen in de omgeving het geval en Slanghen is de eerste burgemeester in de provincie Limburg die daar aandacht aan schenkt. In 1861 laat hij de wegen kadastraal opmeten en herstellen. Ook zorgt hij ervoor dat de gemeentelijke belastingen voor de inwoners van Hoensbroek eerlijker worden verdeeld.

Tijdens zijn periode als burgemeester van Hoensbroek is Egidius Slanghen van 1861 tot 1867 ook burgemeester geweest van de gemeente Voerendaal. Ook in deze gemeente heeft hij zijn ambt serieus uitgevoerd en heeft daarmee grote waardering van de inwoners weten te verkrijgen.

Hoensbroekse Historie

Mathilda van Loë, rijksbaronesse van Loë tot Wissen (1821-1903)

Hoensbroekse Historie

Frans Egon, rijksgraaf en markies von und zu Hoensbroech (1805-1874)

Hoensbroekse Historie

Fanfare St. Caecilia, later harmonie. Deze foto is gemaakt op 30 april 1896 ter gelegenheid van de opening van de spoorlijn Sittard-Herzogenrath. (Particuliere verzameling)

Verder laat burgemeester Slanghen in Hoensbroek aan het huidige Gebrookerplein een nieuwe openbare school bouwen die de naam ‘Aan de Vogelstang’ krijgt, genoemd naar de ‘vogelsjtang’. In die tijd stond vlakbij die school de vogelstang: een paal met een houten vogel erop van de schutterij die daar jaarlijks het koningsvogelschieten hield.
In het nieuwe schoolgebouw komt ook het gemeentehuis: één lokaal dat meerdere functies heeft. Deze ruimte dient als werkkamer voor de burgemeester en de secretaris, maar ook als vergaderzaal voor de raad en als ontmoetingsplaats voor Burgemeester en Wethouders.
In 1869 begint men met de bouw van deze school die in 1871 in gebruik wordt genomen. Eerder vonden de raadsvergaderingen plaats in de ouderlijke woning van Slangen in de Hoofdstraat. Pas in 1911 krijgt Hoensbroek het gemeentehuis in de Nieuwstraat, met daarbij een school en een woning voor het schoolhoofd.

Zie ook: Flessenpost uit 1911

Hoensbroekse Historie

Rechts de school ‘Aan de Vogelstang’. (Particuliere verzameling)

Hoensbroekse Historie

Het nieuwe gemeentehuis in de Nieuwstraat in 1911. (Collectie Rijckheyt)

Hoensbroekse Historie

De Nieuwstraat in het voorjaar van 1933. Op de voorgrond ligt de boerderij die eigendom was van Egidius’ vader Balthasar Slangen. Naast de boerderij zien we achter de muur de tuin waarin het woonhuis van Egidius Slanghen is gebouwd, later Hotel Dortu. (Privéverzameling)

Het woonhuis van burgemeester Slanghen in de Nieuwstraat

In deel 1 is al verteld dat Balthasar Slangen, de vader van Egidius, behalve zijn huis in de Hoofdstraat ook een boerderij in de Nieuwstraat bezit. Hier woont zijn oudste zoon Christiaan Hubert met zijn gezin. Hij is landbouwer van beroep. Na zijn overlijden in 1845 blijft zijn weduwe, Lucia Kerckhoffs, er wonen met hun twee dochters Johanna en Josephina. Verder wonen hier nog Lucia's zus Maria Josepha Kerckhoffs met haar man Jan Louis Bemelmans en natuurlijk personeel.
In 1860 laat Balthasar Slangen het ‘gebouw’ in de tuin van deze boerderij verbouwen tot een woonhuis. Egidius betrekt deze woning die het adres Flatterstraat 174 krijgt en naderhand wordt omgedoopt in Kom 71.
Balthasar overlijdt in 1869 en de zusjes Johanna en Josephina Slangen erven de boerderij van hun opa. Johanna trouwt in 1867 met landbouwer Jan Bernard à Campo, naderhand medebeheerder van de Studiebeurs Egidius Slanghen (waarover later meer). Het gezin À Campo-Slangen gaat hier wonen, maar verhuist in maart 1881 naar Merkelbeek. Egidius erft van zijn vader onder andere het vroegere 'gebouw' dat inmiddels zijn woonhuis is. In 1895 wordt dit huis verkocht aan de landbouwer Jacob Dortu die er een hotel begint. In 1956 wordt Hotel Dortu afgebroken en laat tandarts Starmans er een woning met praktijk bouwen, Nieuwstraat 37. Tegenwoordig ligt hier nog steeds een tandartspraktijk.

Wordt vervolgd.

Klik hier en lees verder: deel 3 - Kunstenaar en historicus

 
Geschreven door

Lieke Willems

Lieke is de zevende generatie Willems die in Hoensbroek leeft. Ze onderzoekt en beschrijft de lokale en regionale geschiedenis, beoefent genealogie en paleografie en heeft onder andere het tijdschrift 'Hoensbroekse Historie' ontworpen en vormgegeven.

Deel dit artikel

Registers van de Burgerlijke Stand met huwelijksbijlagen van verschillende gemeenten.
Kerkelijke Doop-, Trouw- en Begraafregisters van verschillende parochies.
Rijckheyt Heerlen (RhH), Archief Gemeente Hoensbroek, bevolkingsregisters 1830-1900.
RhH, 072 Archief Gemeente Hoensbroek 1800-1940, kadastrale leggers.
RhH, 061-NT1 Bouwdossiers Hoensbroek.
Verzamelkaart, minuutplans en OAT's van de kadastrale gemeente Hoensbroek, ca. 1832.
RhH, 372 Topografisch Historische Atlas, 1587-heden, inv.nr. 215-A.
Limburger Koerier en Limburgs Dagblad, verschillende jaargangen.

Jos. Habets, ‘Levensschets van Egidius Slanghen’, in: Handelingen en mededeelingen van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden over het jaar 1882-1883.
P.A.H.M. Peeters, Hoensbroek. Bijdrage tot heemkennis (1959).
Egidius Slanghen, De Fransche maire in Nederlandsch kleed gestoken (1867).
M. van de Venne, J.Th.H. de Win, P.A.H.M. Peeters, Geschiedenis van Hoensbroek (Hoensbroek 1967).