Hoensbroekse Historie

Stormlantaarn Staatsmijn Emma

In Algemeen, Nostalgische voorwerpen by Lieke Willems

Stormlantaarn Staatsmijn Emma

20 februari 2020

Dietz 'Monarch'

Eind jaren ‘60 van de vorige eeuw hield Staatsmijn Emma ‘uitverkoop’. Allerlei gebruiksvoorwerpen zijn toen voor het symbolische bedrag van één gulden verkocht waaronder deze stormlantaarn van het merk Dietz, model Monarch.

Een stormlantaarn, gestookt op olie of kerosine, werd gebruikt tijdens werkzaamheden in de buitenlucht en in stallen. Door het vlakke, lintvormige lont bleef deze lantaarn ook bij slecht weer branden. Het metalen frame om de glazen kap voorkwam dat het glas zou breken.
De Monarch werd ook toegepast als spoorweglantaarn op spoorwegterreinen. Blijkbaar heeft in onze regio het mijnpersoneel dat bovengronds werkte ook gebruik gemaakt van deze stormlampen, niet te verwarren met de bekende mijnlampen die de mijnwerkers ondergronds bij zich hadden.

Van het model Monarch zijn zeker zeven variaties gemaakt. De hier afgebeelde versie, de ‘Red Glass Lantern Black Dietz Monarch’, produceerde Dietz van 1935 tot 1950 in New York, NY USA.
Op het kapje van de 'schoorsteen' staat de bedrijfsnaam DIETZ. Op de voorzijde van het brandstofreservoir zien we de vuldop, waarop in het midden DIETZ staat met daaromheen MADE IN UNITED STATES OF AMERICA. Links van de dop staat nogmaals DIETZ en rechts NEW YORK USA.

Hoensbroekse Historie
Hoensbroekse Historie
Hoensbroekse Historie
Hoensbroekse Historie

Foto's: L. Willems

Verder is op de voet een 2 geschilderd en is op de achterzijde onder MONARCH een koperen plaatje bevestigd met de tekst COKESFABR EA No 2. Hieruit blijkt dat deze lantaarn voor het laatst is gebruikt in Beek, waar in 1951 de bouw startte van de cokesfabriek Emma II. In 1954 vond de opening plaats, maar na veertien jaar sloot deze fabriek alweer en dus gingen de overtollige spullen voor een prikje in de uitverkoop.

 
Hoensbroekse Historie

Spoorwegterrein in Hoensbroek. We staan met de rug naar de Akerstraat, tussen de Kastanjelaan (huizen rechts) en de Kouvenderberg. Deze opname is gemaakt op 16 april 1932. (RCE 20385391)

Spoorweglantaarns

Spoorweglantaarns waren niet alleen bedoeld om te verlichten maar ook om mee te seinen. Dit in tegenstelling tot spoorweglampen die meestal in een stationaire positie werden gemonteerd.
Een spoorweglantaarn fungeerde als communicatiemiddel tussen machinisten en stations- of spoorwegpersoneel. Vanwege het harde geluid van de locomotief communiceerde het spoorwegpersoneel door middel van armbewegingen of vlaggen met de treinmachinist. ‘s Nachts waren de bewegingen en vlaggen niet te zien, dus hanteerde men spoorweglantaarns om te waarschuwen voor gevaarlijke situaties zoals beschadigde rails of obstakels op het spoor.

De stormlantaarn bestaat uit vijf onderdelen: een glazen bolvormige kap waarin de lichtbron is ondergebracht, een draadbescherming, een ‘schoorsteen’ (het bovenste gedeelte), een basis die het geheel ondersteunt (tevens brandstofreservoir) en een handvat waarmee de lantaarn kan worden gedragen en gezwaaid.
Voor verlichting nam men lantaarns met kappen van helder glas, maar de gekleurde uitvoeringen hadden een bepaalde betekenis en werden gebruikt bij de brandweer, de marine, het leger, de spoorwegen en op snelwegen. Voor treinmachinisten gold het volgende:
Rood - Stop/Gevaar
Blauw - Niet rijden/Mensen aan het werk
Groen - Doorrijden
Geel - Vaart verminderen en rekening houden met stoppen

Hoensbroekse Historie

In deze advertentie van The Texas Company in 'The Saturday Evening Post' (19 oktober 1940) staat een oud model Monarch afgebeeld, met een platte brandstoftank en nog niet horizontaal versterkte buizen.

Dietz - Monarch

In 1840 kocht Robert Edwin Dietz op 22-jarige leeftijd in New York een lamp- en oliebedrijfje in Brooklyn, New York, en begon hij met de productie van kaarslantaarns. Twee jaar later werd Roberts broer William compagnon en vormen ze samen met John A. Weed Dietz, Brother & Compagny.
In 1845 introduceren ze de walvisolielamp. Deze lantaarn brandde op vloeibare was: de Sperm oil lantern. Deze speciale olie werd gewonnen uit een bepaalde potvis, namelijk de Physeter macrocephalus. De olie van deze walvis was destijds een waardevol goedje en uitermate geschikt als lampolie, maar werd ook verwerkt in kaarsen, zeep, cosmetica, machineolie en margarine.

De Physeter macrocephalus (grieks: makros = groot, kephale = hoofd) heeft in zijn kop het zogenoemde spermaceti-orgaan dat gevuld is met een vloeibaar mengsel van vetten en wassen. Het is nog onduidelijk waartoe dit orgaan dient. Waarschijnlijk heeft het een bepaalde functie bij het duiken naar grote diepten, waarbij de olie een rol zou kunnen spelen bij het opvangen van de druk.

Vanaf 1850 ging Dietz ook kandelaars, kroonluchters, branders en gasarmaturen fabriceren, alsook camphinelampen (camphine = gezuiverde terpentijnolie). Het lampenbedrijf groeide uit tot een familiebedrijf dat overging van generatie op generatie onder de naam Dietz & Company.
In 1859 verscheen de opvolger van de olielamp op de markt die brandde op kerosine, de toen nieuwe stookolie. In 1867 ontwikkelt John H. Irwin in slechts drie dagen tijd de zogenoemde ‘Hot Blast Tubular’: een buizenlamp met een hete luchtsysteem, zodat de lamp ook bij beweging blijft branden.

Benieuwd hoe het hete luchtsysteem werkt? Kijk hier

 

In 1900 introduceerde Dietz de Monarch, ook een ‘Hot Blast Lantern’ en de meest populaire stormlantaarn. Deze lantaarn had een tank met een platte bovenkant die tien jaar later veranderde in een koepelvorm. Niet lang daarna werden de luchtbuizen horizontaal versterkt en de vulopening vergroot. In 1915 kregen de buizen ook een verticale versteviging.

Geïnspireerd door de Art Deco liet Dietz het model in 1936 moderniseren en huurde de industrieel ontwerpers Joseph Sinel en Ruth Gerth in. Zij maakten het ’Streamline’-ontwerp dat een jaar later op de markt kwam. Dit model met geaccentueerde rondingen werd gefabriceerd tot in de jaren ’60.

De lantaarns bestonden uit terneplaat: plaatijzer dat was behandeld ter bescherming tegen roest en daardoor een dof oppervlak kreeg. In 1943 begon Dietz de stormlantaarns te schilderen in een standaardkleur. Tot 1949 waren ze machine-grijs en daarna tot in de jaren ‘60 metallic blauw. Men nam het niet zo nauw met de afstemming van de kleur, zodat de kleur blauw van partij tot partij nogal varieerde.

In 1956 verliet Dietz de Verenigde Staten en verhuisde naar Hong Kong. In 1982 verplaatste Dietz de productie-installaties naar China, maar het hoofdkantoor bleef in Hong Kong.

Ook nu nog is R.E. Dietz Company Limited een begrip in de wereld van de stormlantaarns. Ze worden nog altijd gebruikt in de industrie en vervaardigd naar de oude maatstaven: hoge kwaliteit, betrouwbaar en betaalbaar. En het oude model Monarch is ook nog steeds verkrijgbaar, maar nu als petroleumlamp in de kleuren blauw en zwart met helder glas.

Hoensbroekse Historie

Dietz Streamline lantaarns, advertentie 1939.

Hoensbroekse Historie
Hoensbroekse Historie

Het oude model Monarch met platte brandstoftank en kleine vuldop, afgebeeld in een advertentie uit 1905. 

Hieronder een advertentie uit 1926: de tank is koepelvormig, de vuldop groter en de buizen zijn horizontaal en verticaal versterkt.

Hoensbroekse Historie
Geschreven door

Lieke Willems

Ik ben gehecht aan mijn geboortegrond en altijd op zoek naar hoe het leven vroeger was. Voor mijn onderzoek maak ik dankbaar gebruik van originele archiefbronnen, geschiedkundige literatuur, de discipline genealogie en de hulpwetenschap paleografie.

Deel dit artikel