Kapper Bertrand
Een scheerbeurt met gevolgen
Jan Willem Bertrand
Jan Willem Bertrand (1875-1945) is geboren in Nuth. Toen hij in 1905 trouwde met de Hoensbroekse Anna Philomena Quaedackers (1883-1961), woonde Jan nog in Kerkrade waar hij werkte als dienstknecht. Eigenlijk had hij in 1895 in militaire dienst gemoeten, maar werd daarvan vrijgesteld. Hij was namelijk ’te klein’. Anna had als dienstmeisje een tijd lang ook in Kerkrade gewoond en gewerkt, maar woonde sinds een poos weer in Hoensbroek bij haar ouders in de Kloosterstraat.
De ouders van Jan waren dagloners. Anna’s vader was ook dagloner van beroep, haar moeder was al bijna acht jaar geleden overleden.
Na hun huwelijk woonden Jan en Anna meer dan vierenhalf jaar in Eygelshoven ‘aan de Beek’. Jan werkte eerst nog als dienstknecht en later als arbeider. Anna was huismoeder.
Eind september 1909 verhuisden ze naar Hoensbroek en gingen wonen op de Muisberg 23 (werd later omgedoopt in Rietrastraat 35). Jan verdiende nu de kost als mijnwerker. Omstreeks 1912 werd hij barbier. Eind 1928 verhuisde het gezin naar Kloosterstraat 24 (was voorheen Muisberg 5).
Het echtpaar Bertrand-Quaedackers kreeg tussen 1906 en 1931 twaalf kinderen, waarvan er zeven binnen twee jaar na de geboorte overleden: drie van de vijf jongens en vier van de zeven meisjes.

De barbier en de prins
Onlangs kwamen tijdens inventarisatiewerkzaamheden in het archief van Rijckheyt papieren tevoorschijn die een vaak verteld verhaal over kapper Bertrand bevestigen.
In 1916 bracht prins Hendrik (1876-1934) een vriendschappelijk bezoek aan graaf Rudolf de Marchant et d’Ansembourg in Kasteel Amstenrade. Hendrik, Prins der Nederlanden en Hertog van Mecklenburg-Schwerin, was de echtgenoot van koningin Wilhelmina.
Prins Hendrik overnachtte op het kasteel en had de volgende ochtend behoefte aan een verfrissende scheerbeurt. Aangezien de dorpskapper van Amstenrade niet durfde, nodigde de prins Jan Bertrand uit op het kasteel. De Hoensbroekse barbier stemde toe en vijf minuten later stond er een koetsier voor zijn deur om de kapper naar Amstenrade te rijden. Met witte handschoenen aan voldeed Bertrand aan het verzoek.
Omdat Hendrik langer op het kasteel logeerde en hij dermate content was over de scheerbeurt, mocht kapper Bertrand hem ook de resterende dagen scheren.
Graaf Rudolf (1884-1952), de oudste broer van graaf Max, was onder meer vanaf 1925 tot aan zijn overlijden kamerheer in bijzondere (buitengewone) dienst van koningin Wilhelmina en koningin Juliana, een functie die vergelijkbaar is met de huidige kamerheer.
Na zijn huwelijk in 1919 vertrok ‘Graaf Rudy’ naar Kasteel Neubourg in Gulpen dat in 1813 in bezit was gekomen van de Marchants et d’Ansembourgs.
Een scheerbeurt met gevolgen
In 1924 kwam toenmalig burgemeester D.J.A. van der Kroon op het idee om de prins te benaderen met het verzoek de kapper voor zijn destijds bewezen dienst te honoreren. En dat gebeurde ook, al zouden er nog jaren overheen gaan.
Zaterdag 19 april 1930 zou een bijzondere dag worden voor Jan Bertrand, die al sinds een tijdje adverteerde met ‘coiffeur’. Op die dag ontving hij een vorstelijke onderscheiding (let wel: géén koninklijke onderscheiding) in de vorm van een door prins Hendrik eigenhandig ondertekende oorkonde. Prins Hendrik reikte doorgaans acht keer per jaar zo’n brevet uit en wel op zijn verjaardag, 19 april. In tegenstelling tot zijn vrouw Wilhelmina deed hij dit niet zozeer om de sympathie voor het koningshuis te vergroten. Deze verlening had voornamelijk te maken met zijn persoonlijke levensstijl.
In het gemeentehuis overhandigde burgemeester van der Kroon in het bijzijn van getuigen het daarbij behorende gietijzeren wapenbord aan de coiffeur, het persoonlijk wapen van Hendrik Von Mecklenburg-Schwerin, prins der Nederlanden. Daarmee kreeg Bertrand het recht om het wapen van prins Hendrik te voeren en ontving hij het predicaat Hofbarbier. Dit was een onderscheiding, een eretitel die het respect, de waardering en het vertrouwen van de prins symboliseerde (niet te verwarren met de titel hofleverancier die enkel mag worden toegekend door de regerend vorst of vorstin).

Het wapenbord van de Hofbarbier
De wapenspreuk van de Von Mecklenburgs luidt Per aspera ad astra. De letterlijk betekenis is Via moeilijkheden naar de sterren, oftewel: de top is slechts bereikbaar als er moeilijkheden overwonnen worden. En dit gold zeker ook voor kapper Bertrand die met al die aandacht eens goed in het zonnetje was gezet.

Het wapenbord sierde vele jaren de gevel van de kapperszaak in de Kloosterstraat. Maar door weersinvloeden oxideerde het gietijzer en verdwenen de kleuren gaandeweg. Nadat de kapper was overleden, verdween het wapen na verloop van tijd in de kelder, waar het bleef tot 1979.
In dat jaar gaven de erfgenamen het schild in langdurige bruikleen aan het cultureel centrum Kasteel Hoensbroek. Het wapenbord werd gerestaureerd en is tot op de dag van vandaag in het kasteel te bewonderen.
Het Limburgs Dagblad van 13 oktober 1979 berichtte over de grondige restauratie van het wapen die eerder dat jaar was uitgevoerd. Grondig, dat kun je wel zeggen. Maar beter nog: radicaal! Behalve dat de kleuren kakelbont zijn, heeft de schilder ze ook verkeerd gekozen.
Het groene vlakje bij de leeuwenpoot springt meteen in het oog. Dit is gewoonweg een foutieve interpretatie van de kleur. Die had namelijk rood moeten zijn. Het lijkt erop dat de schilder het wapen van de familie Von Mecklenburg-Schwerin heeft verwisseld met het wapen van Groothertogdom Mecklenburg-Schwerin.
We mogen gerust zeggen dat de ‘restaurateur’ zijn creativiteit euforisch de vrije loop heeft gelaten. Over de blauwe bolletjes op de kroon, de groene stippen, de witte ridderhelmen en de vertolking van de vouwen in de stofknopen van de mantel zullen we het maar niet hebben. Zo zijn er nog meer details te zien die onjuist zijn weergegeven. Het is slechts een kwestie van ‘zoek de verschillen’.



Het ‘gerestaureerde’ wapen van hofbarbier Bertrand.
(Foto: Axel Steen)

Deel dit artikel
Rijckheyt Heerlen (RhH), een schrijven van voormalig gemeentesecretaris P.H.A.M. Peeters (nog niet geïnventariseerd).
Registers van de Burgerlijke Stand met huwelijksbijlagen van Hoensbroek.
RhH, 072 Gemeente Hoensbroek, Bevolkingsregisters 1910-1940, gezinskaartenstelsel en woningregister 1920-1940.
Limburgsch Dagblad, 22-4-1930, 24-4-1930, 29-4-1930, 13-10-1979.
H.A. Beaujean, Geschiedenis van Hoensbroek en omgeving (Heerlen 1949).
M.R. van der Krogt, 200 jaar Hofleveranciers onder Oranje (Zwolle 2013).
https://www.koninklijkhuis.nl