Filmbeelden Hoensbroek 1934
Pastoor Röselaers, Hoofdstraat, Kasteel Hoensbroek,
de tuin van notaris Beckers
de tuin van notaris Beckers

Zaterdag 7 april
In heel Hoensbroek wapperden huis aan huis kleurrijke vaantjes en Nederlandse vlaggen. De straten in het dorp waren allemaal in dezelfde stijl versierd. Alleen een gedeelte van de Hoofdstraat maakte hierop een uitzondering. Aan de pastorie waren kostbare en ‘moderne’ versieringen aangebracht die ook bij andere voorname gelegenheden werden gebruikt, zoals in processies.
Aan het begin van de zaterdagavond werd het feest van de volgende dag al aangekondigd met het luiden van de klokken van alle kerken in Hoensbroek, terwijl er aanhoudend kamerschoten werden gelost.
Zondag 8 april
De feestdag begon om tien uur met een plechtige Hoogmis van dankzegging. Vóór de mis was er wederom klokkengelui en kamerschieten. Er vormde zich een feeststoet die bestond uit honderden schoolmeisjes als bruidjes met gele narcissen in de hand, muziekkorpsen, zangkoren, diverse huldigingscomités, kerk- en gemeentebestuur, afgevaardigden, verkenners, sportclubs, jeugd- en mijnwerkersverenigingen. De stoet leidde pastoor Röselaers naar de grote St.-Janskerk.

Feeststoet door Hoensbroek
Rond twee uur verzamelde de feeststoet zich op het marktplein. Even leek een stevige regenbui het feest te verstoren. Maar het klaarde snel weer op zodat de stoet toch op de geplande tijd, om drie uur, kon vertrekken. Er zouden die dag duizenden mensen komen kijken, ook van buiten de gemeente.
De klokken luidden en vanuit de verte was het doffe geluid van kamerschoten te horen. De jubilaris reed in een open rijtuig, vergezeld van dorpsnotaris Gabriël Beckers en de heer Max Bongaerts, oud-minister van Waterstaat.
Vanaf de markt trok de feeststoet over de Juliana-Bernhardlaan en via de Alofsstraat door de Hoofdstraat voorbij de pastorie. Via een omweg Nieuwstraat - Wilhelminastraat - Mgr. Lebouillestraat - Kouvenderstraat - Nieuwstraat - Slakkenstraat - Ridder Hoenstraat - Alofstraat - Hoofdstraat liep de stoet naar het kasteel. De restauratiewerkzaamheden waren toen nog lang niet voltooid, maar het kasteel zou later het paradepaardje van pastoor Röselaers worden.
De receptie
Om vijf uur zou in de Ridderzaal de receptie beginnen. Voorafgaand aan deze feestelijke ontvangst vond de eigenlijke huldiging plaats. Schoolkinderen brachten op de feestweide een grote zanghulde, die werd gevolgd door een toespraak van locoburgemeester J. Wante en speeches van diverse autoriteiten en verenigingen.
Aan het begin van de receptie kreeg de jubilaris een koninklijke onderscheiding uitgereikt door mr. baron Van Hövell tot Westerflier, de toenmalige commissaris van de Koningin oftewel gouverneur in Limburg. Daarna sprak de heer Max Bongaerts, oud-minister van Waterstaat. Hij bood namens de leden van Ave Rex Christe een bronzen borstbeeld van pastoor Röselaers aan, ontworpen door de Maastrichtse beeldhouwer Charles Vos.
De druk bezochte receptie duurde ruim tweeënhalf uur, waarbij honderden mensen in twee, soms drie rijen naast elkaar geduldig wachtten tot ze de gouden jubilaris konden feliciteren.
De meeste geschenken die de pastoor kreeg, hadden een religieus karakter. Zo schonk het onderwijzend personeel hem een pyxis (doosje voor hosties) en de Boerenleenbank overhandigde hem een bijzonder mooi misboek. Van Woningvereniging ‘Hoensbroek’ kreeg de pastoor een stel eikenhouten kerkbanken cadeau voor in de huiskapel van kasteel. De constructie van de banken alsook het ‘beeldhouwwerk’ waren hetzelfde als de banken die oorspronkelijk in de kapel stonden.

Het borstbeeld van Jan Lucas Röselaers.
(Limburgsch Dagblad, 7 april 1934)
De afsluiting
Om acht uur ’s avonds verzorgde Harmonie St. Cecilia en Zangvereeniging Paluda in de kiosk op het marktplein een concert. Het kleine kerkje en de pastorie waren ondertussen met schijnwerpers verlicht.
De feestdag werd een uur later afgesloten op het marktplein met een groots vuurwerk. Behalve de preekstoel was het vuurwerk ook een geschenk van de parochianen, evenals de film van de feeststoet die ‘s middags door Polygoon was gemaakt en door een van de parochianen werd overhandigd aan de pastoor.
Tot slot bracht de harmonie nog een serenade bij de pastorie. De jubilaris kwam naar buiten en richtte een dankwoord aan de menigte. Hij was in gezelschap van monseigneur Lemmens (bisschop van Roermond) die hem nog laat op de avond had bezocht om te feliciteren.
De film
De film van de feestelijke optocht begint in de Hoofdstraat ter hoogte van de St. Jansstraat bij de apotheek met het voorbijtrekken van het mijnwerkerskorps van Staatsmijn Emma. De stoet is dan bijna aangekomen bij de pastorie. In de volgende scène staan Pastoor Röselaers en een gezelschap buiten naar de voorbijtrekkende optocht te kijken.
Vervolgens kijken we de Hoofdstraat af richting markt als net een muziekgezelschap voorbij komt, zo te zien Mandoline-Accordeon Vereniging ‘De Tirolers’, direct gevolgd door Credo Pugno uit Hoensbroek. Laatstgenoemde vereniging was een katholieke organisatie die onderdeel was van de Limburgse R.K. Werkliedenbond, later Katholieke Arbeidersbond (KAB). Het was een zogenoemde propagandaclub die zich toelegde op reclame en vormingswerk. Daarachter komen een muziekgezelschap en notabelen.



Het beeld schakelt enkele seconden over naar de jubilaris, om vervolgens weer in de Hoofdstraat terecht te komen waar net de katholieke jeugdvereniging Katholieke Jonge Vrouwen (KJV) de camera passeert. In de volgende scène is de camera ingezoomd op een muziekkorps.
Dan komt, voorafgegaan door schoolmeisjes als bruidjes, het rijtuig met de pastoor en zijn begeleiders voorbij. De familie Vincken kijkt toe vanaf ‘het huis met de trappen’. Het rijtuig slaat rechtsaf de Nieuwstraat in.


De cameraman is al naar het kasteel gegaan en wacht tot de optocht arriveert. Ondertussen filmt hij de vlaggen aan de kasteeltorens.
En dan is het moment gekomen. Met de marechaussee te paard voorop komt het mijnwerkerskorps van Staatsmijn Emma als eerste door de ingang van het eerste poortgebouw van het kasteel. Daarna zien we een groep kinderen, een jeugd-voetbalclub, Handboogschutterij Willem Tell en drie buitenlands uitziende mannen met vreemde mutsen, van wie er twee een hamertje dragen. Met moeite is op het vaandel een arm, een been en het jaartal 1926 te herkennen alsook een paar woordfragmenten. Het blijken Sloveense mijnwerkers te zijn. Het vaandel is namelijk van de Sloveense vereniging van St. Barbara Brunssum: Slovensko društvo SV Barbare Brunssum.




Dan komt een groep heren in pak met cilinderhoed voorbij. Het eerste vaandel is net uit beeld en op het volgende is enkel ‘vereeniging en omstreken’ te herkennen. Daaruit kan dus niet worden opgemaakt welke groep dit is. Maar het lijkt erop dat de mannen behoren tot de huldigingscomités. Dat waren er vier: het Feestcomité, het Erecomité, de Regelingscommissie en het Vriendencomité.
De camera wordt gericht op de Poolse vereniging Towarzystwo Sw. Wojciecha, wat Vereniging van St. Adalbertus betekent en simpelweg werd geschreven als ‘W Hoensbroek’. De W staat voor Wojciech, de beschermheilige Adalbertus. Het was een vereniging die de belangen behartigde van Poolse (mijnwerkers)immigranten.

De Poolse mijnwerkersvereniging
'W Hoensbroek': Towarzystwo Sw. Wojciecha oftewel Vereniging van St. Adalbertus. (filmfragment)
Na Credo Pugno (zie eerder in dit artikel) volgt de in 1892 opgerichte Fanfare St. Cecilia uit Wijnandsrade, zoals het vaandel aangeeft. Zo te zien komen daarna weer de huldigingscomité in beeld.
Nog één keer de bruidjes met de narcissen en daarachter de pastoor in het rijtuig, waarmee een einde komt aan de stoet.



Dit is niet 'pastoor Röselaers in de tuin van Kasteel Hoensbroek', maar een andere geestlijke in de tuin van notaris Beckers.
(filmfragment)
Met dank aan Ron van Hoof die mij attent maakte op deze film, die helaas niet meer online is te bekijken.
Herkent u nog iets of iemand?
Neem dan gerust contact met ons op.
We zijn erg benieuwd!
Deel dit artikel
Limburger Koerier, 19 oktober 1931, 4-7-10-13 april 1934.
Limburgsch Dagblad, 5-7-9 april 1934.
De Limburger, 6 april 1934;
Nederlandsche Staatscourant, 9 april 1934.
De Tijd, 13 april 1934.
http://in.beeldengeluid.nl/collectie/details/expressie/20014/false/true